Heb je vragen over jouw optimale bezoldiging of fiscale strategie?
Wij denken graag met je mee.
Vanaf 2026 wordt de minimale bedrijfsleidersbezoldiging om het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (20% op de eerste €100.000 winst) te behouden, opgetrokken van €45.000 naar €50.000. Dat werd bevestigd door meerdere fiscale bronnen, die aangeven dat de drempel vanaf 2026 verhoogt tot €50.000 brutoloon per jaar.
Maar wat betekent deze wijziging nu concreet voor jou? En vooral: voor wie is dit relevant, en voor wie niet? Hieronder analyseer ik zes belangrijke aandachtspunten, inclusief situaties waarin deze nieuwe grens wel degelijk een belangrijke rol speelt.
Voor startende ondernemingen bestaat een expliciete uitzondering: de voorwaarde van de minimumbezoldiging geldt pas vanaf het vijfde belastbare tijdperk. Tijdens de eerste vier jaren is deze regel niet van toepassing.
Dat betekent echter niét dat starters zichzelf geen loon zouden moeten uitbetalen. Het betekent enkel dat hun loonhoogte niet bepalend is voor het al dan niet ontvangen van het verlaagd tarief. Ze kunnen dus abstractie maken van deze voorwaarde, maar moeten uiteraard wel andere zakelijke en sociale overwegingen meenemen (persoonlijke inkomsten, sociale rechten, pensioenopbouw, etc.).
Ook als je onderneming geen hoge winstmarges heeft, speelt de stijging naar €50.000 niet noodzakelijk een rol. De wet voorziet namelijk een alternatief:
➡️ Ondernemingen met een beperkte belastbare winst hoeven niet aan de drempel van €50.000 te voldoen als hun bezoldiging minstens gelijk is aan die belastbare winst.
Dit betekent dus dat je niet moet wakker liggen van deze verhoging als je minstens de helft van je fiscale winst (het bedrag van je omzet min de kosten) toekent als bezoldiging, zelfs als dat geen €50.000 is.
Voor kleine ondernemingen met beperkte winst is dit dus een belangrijke geruststelling.
Bijvoorbeeld:
| Omzet | €75.000 |
| Kosten | €5.000 |
| Netto resultaat | €70.000 |
| Bezoldiging | €30.000 |
| Belastbaar | €40.000 (> bezoldiging) |
| Trek je de bezoldiging op naar €35.000 blijft het tarief van 20% gelden! Je hoeft je bezoldiging niet te verhogen naar €50.000 | |
Vergelijking netto(*):
| Bezoldiging | €30.000 | €35.000 | €50.000 |
| Netto salaris | +/- €20.000 | /- €22.500 | +/- €29.000 |
| Netto dividend (18% belasting) | €24.600 | €22.960 | €13.120 |
| Totaal netto | +/- €44.600 | +/- €45.460 | +/- €42.120 |
Let op! Alles hangt af van de totale omzet, die natuurlijk het fiscaal resultaat bepaalt. Dezelfde simulatie bij een omzet van € 150.000
| Bezoldiging | €30.000 | €35.000 | €50.000 |
| Netto salaris | +/- €20.000 | /- €22.500 | +/- €29.000 |
| Netto dividend (18% belasting) | €70.725 | €67.650 | €62.320 |
| Totaal netto | +/- €90.725 | +/- €90.150 | +/- €91.320 |
(*)Deze cijfers zijn vereenvoudigde simulaties op basis van typische belasting- en bijdragepercentages. De exacte resultaten kunnen afwijken afhankelijk van persoonlijke factoren.
Wie zichzelf vandaag bijvoorbeeld €30.000 uitbetaalt en nooit eerder naar €45.000 is gesprongen, moet zich afvragen of het nu optrekken naar €50.000 ineens wél interessant is.
Want:
Kan het toch? Absoluut.
Maar in die scenario’s mag je jezelf afvragen of je in het verleden misschien fiscale optimalisaties hebt laten liggen. Een individuele simulatie blijft aanbevolen.
Zoals je in bovenstaande voorbeelden ziet hangt alles samen met andere factoren, zoals de hoogte van de omzet.
Voor bedrijfsleiders die vandaag reeds €50.000 of meer bruto ontvangen, heeft deze wijziging nauwelijks impact. Toch is een herberekening relevant omdat niet enkel de minimumbezoldiging wijzigt, maar ook de VVPR-bis-dividendregeling in beweging is. Een stijgend loon kan dus onrechtstreeks een effect hebben op je optimale combinatie van loon en dividend. Vanaf 2026 zou de belasting op de uitgekeerde dividenden volgens de VVPR-bis regeling stijgen van 15% naar 18%.
De wijziging is vooral interessant voor de groep die zichzelf vandaag tussen €40.000 en €50.000 uitbetaalt.
Voor hen wordt de vraag bijzonder tactisch:
Enerzijds verlaagt het tarief in de vennootschapsbelasting immers van 25% naar 20%, maar anderzijds betaal je sociale bijdragen en personenbelasting van hoogstwaarschijnlijk 45% op je verhoogde inkomen. De vraag stelt zich dus of de lagere vennootschapsbelasting groter is dan de extra sociale bijdragen en personenbelasting. Is dit het geval, dan doe je er dus goed aan je bezoldiging te verhogen.
Voor veel ondernemingen zal het antwoord ja zijn — maar enkel een cijfermatige analyse kan dat bevestigen.
We werken hierbij alvast enkele mogelijke scenario’s uit, waarbij we uitgaan van een stijging van de bezoldiging van €45.000, het oude minimum, naar het nieuwe minimum van €50.000
| Scenario 1 | Scenario 2 | Scenario 3 | Scenario 4 |
| Omzet 80.000, kosten 5.000 | Omzet 110.000, kosten 10.000 | Omzet 160.000, kosten 15.000 | Omzet 200.000, kosten 20.000 |
| Netto daalt van 46.500 naar 45.500 | Netto stijgt van 60.750 naar 62.000 | Netto stijgt van 88.500 naar 91.500 | Netto stijgt van 110.000 naar 113.250 |
| Ook op 45.000 was er sprake van een tarief vennootschapsbelasting van 20%. De regeling VVPR bis is gunstiger dan de belasting op extra bezoldiging | Het optrekken van de bezoldiging heeft een gunstig effect dankzij de verlaging van het tarief vennootschapsbelasting van 25% naar 20%. | We zien het effect van het lagere tarief vennootschapsbelasting sterker doorwegen in het netto resultaat. | De logica zet zich voort. Het loont letterlijk en figuurlijk om de beweging naar het nieuwe minimum te maken. |
Noot: Een verder verhoging van de bezoldiging, boven het minimum vanaf 50.000 heeft een negatief effect. Het kantelpunt ligt dus op deze drempel.
Opvallend maar waar: in sommige situaties kan het netto interessanter zijn om je loon te verlagen, zelfs als je hierdoor het verlaagd tarief vennootschapsbelasting verliest. Dat komt doordat hogere lonen gemiddeld gezien zwaarder belast worden omwille van de progressieve tarieven in de personenbelasting.
Maar er zijn duidelijke keerzijden aan het verlagen van je bezoldiging:
Fiscale optimalisatie is nooit zwart‑wit, maar een samenspel tussen inkomsten, kosten, winstmarges, pensioenplanning en privé-fiscaliteit.
De verhoging van de minimumbezoldiging naar €50.000 vanaf 2026 klinkt als één uniforme maatregel, maar in de praktijk is ze enkel relevant voor een specifieke groep bedrijfsleiders. Starters, ondernemingen met een beperkte winst of ondernemers die bewust voor een lager loon kiezen om strategische redenen, hoeven zich niet meteen zorgen te maken.
Voor wie in de zone €40.000 – €50.000 zit, is een grondige herberekening aangewezen.
Hoewel de fiscale spelregels en de komende wijziging van de minimumbezoldiging naar €50.000 vanaf 2026 zonder twijfel belangrijke elementen zijn in de financiële planning van elke bedrijfsleider, blijven ze slechts één stukje van de puzzel. Een doordacht financieel én fiscaal beleid is altijd aan te raden: de regels bieden kansen, maar kunnen net zo goed valkuilen creëren wanneer ze zonder context worden toegepast.
Toch willen we vooral benadrukken dat fiscaliteit nooit het vertrekpunt mag zijn.
Het is veel verstandiger om eerst te kijken naar:
… en pas daarna te beoordelen welke fiscale opportuniteiten binnen dat kader passen.
Fiscale optimalisatie mag dus ondersteunend zijn, niet leidend. Een onderneming die structureel gezond is en waarin strategische keuzes vooropstaan, haalt op lange termijn altijd meer rendement dan een onderneming die zich primair door fiscale prikkels laat sturen.
Wij denken graag met je mee.